Langs de Noord tonen we 7 meetpunten. Het traject loopt door Flevoland, Zuid-Holland, Zeeland en Limburg. Er is eerder te weinig dan te veel water: 2 lage tegenover 1 hoge stand.
Een hoog- of laagwatergolf schuift langzaam stroomafwaarts. De meetpunten bovenstrooms laten daarom vaak al zien wat er beneden nog moet komen. Eind zomer en begin herfst is meestal de droogste periode voor de Noord.