Langs de Grote Nete tonen we 3 meetpunten. De lage standen hebben de overhand: 2 meetpunten zitten onder normaal, tegen 1 erboven.
Wat bovenstrooms gemeten wordt, komt een paar uur tot dagen later benedenstrooms aan. Wie wil weten wat er op komst is, kijkt dus naar de meetpunten verder stroomopwaarts. Eind zomer en begin herfst is meestal de droogste periode voor de Grote Nete.